Tagarchief: Wmo

Monitoren van Wmo- en Jeugdbeleid

Na de bijeenkomst ‘De raad in gesprek met inwoners over ervaringen met de Wmo en Jeugdwet’ van 12 november stuurde een Culemborger mij vorige week  een mail waarin hij zich afvroeg of de gemeenteraad de uitvoering van de Wmo en Jeugdhulp wel goed monitort. Een terechte en tegelijk gevoelige vraag, want precies dat pijnpuntje was onderwerp van een motie op 5 november j.l. tijdens de behandeling van de Begroting 2016.

Het begon twee jaar geleden. De gemeenteraad stelde toen de uitgangspunten vast van hoe het gemeentelijk Wmo- en Jeugdbeleid in de komende jaren ontwikkeld zou moeten worden. Daarbij droeg de raad het college op om indicatoren te formuleren: handvatten om de maatschappelijke effecten van het beleid te kunnen beoordelen.

Het college voerde die opdracht keurig uit. Voor 2015 en 2016 stelde de raad vervolgens een degelijk Beleidsplan Wmo en Jeugd vast. In dat plan staat bij elk thema opgesomd welke doelen we hebben en welke resultaten we willen behalen. Onder de kopjes ‘Hoe meten we dit’ legde de raad vast aan de hand van welke indicatoren ze die resultaten wil monitoren.

In de GroenLinksfractie wreven we dan ook onze ogen uit toen we die indicatoren niet terug zagen in de begroting. Sterker, we moesten kennis nemen van de opvatting dat er “geen zinvolle indicatoren te benoemen zijn die iets zeggen over het behalen van het doel”. Als je dan bedenkt dat het Beleidsplan Wmo en Jeugd de ambitie had/heeft om tussentijds zoveel mogelijk te evalueren en bij te stellen… De conclusie die je dan helaas moet trekken is dat het allemaal wel mooi was opgeschreven, maar dat de gemeenteraad bij gebrek aan inzicht het uitgevoerde beleid niet of slechts beperkt kan beoordelen.

Natuurlijk zie ook ik dat er op alle fronten hard gewerkt wordt aan de uitvoering van het Wmo- en Jeugdbeleid en dat dat met alle veranderingen niet altijd gemakkelijk is. Ik zie en hoor dat er heel veel goed gaat en ik kom regelmatig tevreden inwoners tegen (die niet naar de bijeenkomst op 12 november kwamen). Maar neem je jezelf als raad serieus als je je volledige steun hebt gegeven aan een fantastisch geschreven beleidsplan waarin beschreven staat hoe je een en ander gaat monitoren en als je dat vervolgens laat lopen?

Een motie was daarom nodig om dat recht te trekken. Daarin draagt de raad het college op om voor de zomer van 2016 een update te geven over de ontwikkeling van het Wmo- en Jeugdbeleid aan de hand van de indicatoren die we al hadden geformuleerd. Verder moet de raad in het Jaarverslag over 2016 bijgepraat worden en natuurlijk moet in de begroting 2017 de kolom ‘indicatoren’ gewoon ingevuld worden.

Weinig eigen ervaringen

Twee keer per jaar zal de gemeenteraad over Wmo en Jeugdhulp bijeenkomsten met inwoners houden. De eerste keer was in oktober 2014. Vorige week de tweede. Op die laatste bijeenkomst waren weinig mensen afgekomen die iets konden vertellen over hun eigen ervaringen. Is dat een goed teken? Of is het nog te vroeg om conclusies te trekken?

De avonden staan open voor alle Culemborgers die iets kwijt willen aan raadsleden over hun zorgen, ervaringen en vragen over Wmo en Jeugdhulp. Verreweg het interessantste deel van die avonden vind ik de tafelgesprekken. In oktober proefde ik aan zo’n tafel vooral ongerustheid over wat ging komen en de behoefte aan antwoorden op vragen. Die bijeenkomst werd druk bezocht. Nu, in april, viel de opkomst van ‘gewone’ Culemborgers wat tegen. Aan de tafel die ik leidde zaten politici, ambtenaren, professionals, een lid van de Wmo-raad, een ‘kleine’ zorgaanbieder en welgeteld één andere inwoner. Maar elk gesprek met mensen levert iets op. Van wat aan mijn tafel is besproken heb ik een verslagje gemaakt en rondgestuurd. In oktober heb ik een terugkoppeling van de antwoorden op de vragen die er leefden naar alle tafelgenoten gemaild.

Is de afwezigheid van mensen met ervaringsverhalen op zo’n bijeenkomst met de gemeenteraad een goed of een slecht teken? In de media lezen we al enige tijd over boze inwoners en juridische procedures die in een aantal gemeenten lopen. Culemborg ambieert maatwerk te leveren waarbij regie over het eigen leven voorop staat. Als ik goed ben geïnformeerd zijn er in het eerste kwartaal geen klachten of bezwaren geweest over de nieuwe taken. Het gemeentebestuur heeft dan ook geen draconische maatregelen genomen. Ik vermoed zomaar dat de zaal vorige week dan wél vol had gezeten.

Als mensen bezorgd zijn of boos zit een raadszaal eerder vol, dat is waar. Maar nu zelfgenoegzaam achterover gaan leunen is er niet bij want 2015 is slechts een overgangsjaar. Ook zijn de zogenaamde herindicaties voor de huishoudelijke hulp nog niet allemaal uitgevoerd. Iedereen doet zijn (professionele) best, maar er is veel om aan te wennen en te ontwikkelen: nieuwe manieren van werken, nieuwe verhoudingen en onzekere budgetten. “Er wordt opgebouwd terwijl de trein rijdt” verwoordde een medewerker van de gemeente dat. Ik merk trouwens dat inwoners daar vaak best begrip voor hebben.

Ervaringen met Wmo en Jeugdhulp

Morgenavond hoop ik in het Stadhuis van Culemborgers te horen wat hun ervaringen zijn met zorg en ondersteuning van de gemeente in de afgelopen maanden. Sinds 1 januari heeft de gemeente er op het gebied van jeugdzorg en Wmo een hoop verantwoordelijkheden bijgekregen. Tijdens de voorbereidingen op deze nieuwe taken is er in oktober al een bijeenkomst geweest. Daarin werd informatie gegeven over de veranderingen en geluisterd naar de zorgen en vragen van inwoners.

Nu nodigen we inwoners weer uit. Dit keer omdat de gemeenteraad wil weten hoe het Culemborgers die zorg en ondersteuning nodig hebben sinds 1 januari is vergaan. Wat zijn de eerste ervaringen met Wmo en jeugdhulp? Wat kan beter? Welke vragen leven er? Suggesties en ideeën zijn natuurlijk ook welkom. We zijn benieuwd waar mensen tegenaan zijn gelopen. Zijn dat aanloopproblemen of moet het beleid misschien aangepast worden? Complimenten mogen ook gegeven worden, want wat goed gaat moet vooral blijven.
De uitnodiging is bestemd voor Culemborgers. Om 19.30 uur staat de koffie klaar. En natuurlijk kan iemand die zijn of haar verhaal en ervaringen persoonlijk wil vertellen mij gewoon bellen of mailen voor een afspraak.

Antwoorden op vragen 9 oktober 2014  die tijdens de bijeenkomst in oktober 2014 aan mijn tafel en via social media en mail werden gesteld.

Dit gaat alle Culemborgers aan

Dit gaat alle Culemborgers aan

Vanavond gaat de gemeenteraad met inwoners in gesprek over het nieuwe beleid maatschappelijke ondersteuning en jeugd (Wmo en Jeugd). Wmo gaat iedereen aan, van nul tot honderd, nu of in de toekomst. Je kunt je nog aanmelden.

Vorig jaar heeft de gemeenteraad besloten om bij onderwerpen die daarvoor geschikt zijn, burgers en maatschappelijke organisaties meer te betrekken bij het maken van beleid. Op het gebied van zorg, welzijn, jeugd, werk en inkomen zijn nationaal wetten gewijzigd. Taken worden overgedragen aan de gemeente, maar wel met minder budget. Die veranderingen raken zó direct de levens van alle inwoners dat de gemeenteraad het WMO- en Jeugdbeleid de P-status heeft gegeven (P = participatie).

Allemaal hebben we in ons leven, soms tijdelijk, soms voor langere tijd, soms permanent ondersteuning of zorg nodig. En als het niet onszelf aangaat, dan komen we er wel mee in aanraking door mensen om ons heen: ouders, kinderen, familie, vrienden of gewoon mensen die we kennen. ‘Dat is niet voor mij’ gaat dan ook voor niemand op. De afgelopen tijd heb ik al veel mensen gesproken, maar ik ben benieuwd naar vragen, meningen of ideeën. Tot vanavond.

Beleidsplan Wmo en Jeugd 2015 en de verordeningen

 

Bezuinigingen op de zorg opgevangen door inzet scholieren?

Begin nu meteen, “liefst eergisteren”, met het informeren van Culemborgers en het beantwoorden van hun vragen. Die oproep deed ik tijdens de raads-thema-avond op 13 mei. Die ging over veranderingen in de zorg, de Wmo, jeugdzorg en de bijstand (participatiewet).

Ik merk dat er bij veel mensen een grote behoefte is aan informatie. In  het mediageweld over deze onderwerpen, de telkens weer wijzigende voorstellen uit ‘Den Haag’ en het politieke gekonkel voelen zij zich onzeker. Bijvoorbeeld of zij op hun oude dag nog wel verzorgd zullen worden. En hoe dat dan moet, want hun drukke ver-weg-wonende kinderen met eigen gezin, dat kan wel eens incidenteel, maar niet dagelijks of wekelijks. Worden we door de overheid aan ons lot overgelaten? Mensen die zich nu nog goed kunnen redden zien op tegen de ongewisheid van het moment waarop ze, zoals ze zelf zeggen, afhankelijk worden van de gemeente: ze denken meer onkunde en willekeur tegen te komen. De “eigen kracht” waar het telkens over gaat en waar mensen meer gebruik van zouden moeten maken wordt vaak gevoeld als een bezuinigingssmoes. Maar ook met als gevolg een andere en ongewenste afhankelijkheid: bedelend om hulp bij bijvoorbeeld familie.

Mensen die nu al zorg ontvangen zijn bang die kwijt te raken. Anderen, zoals overbelaste mantelzorgers, moeten hard lachen om het beroep op “eigen kracht” dat wordt gedaan. Ouders hebben vragen over naar welke school een kind met een jeugdzorg-indicatie nog mag gaan. Of over het persoonsgebonden budget dat de ontvangers ruimte biedt om een stukje van hun eigen leven in te richten. En mensen worden helemaal gek van de vele instanties waar ze mee te maken hebben. Komt daar, met die bezuinigingen, dan een eind aan?

In de Culemborgse Courant van afgelopen week stond een wethouders-column met de titel ‘Welke gevolgen hebben de bezuinigingen op de zorg’. Dat was, zacht gezegd, geen geslaagde start van een dialoog met de stad over de vragen die leven onder Culemborgers. Wat het wel was: een brij tekst in vaagtaal: “… dankzij de bezuinigingen kansen in de zorg” en “… fors inzetten op preventie en de ondersteuning bundelen en efficiënter aanbieden” (yeah!). “Uitgangspunt is dat ú de regie krijgt” staat er. Maar een paar regels verder: “Door de regiefunctie die de gemeente krijgt…..” (Huh? Wie krijgt nu de regie en waarover?).

De wethouder doet in de laatste alinea van zijn column een poging concreet te worden: natuurlijk weer die “eigen kracht” en verder nog de “levenservaring” van senioren die benut moet worden. Ook gaan scholieren tijdens hun maatschappelijke stage “snuffelen aan het vrijwilligerswerk bij zorginstellingen”. Dat heet dan een ‘visie’.

Met mijn oproep om met de Culemborgers te gaan communiceren over de veranderingen die ons allemaal te wachten staan had ik me toch wat anders voorgesteld. Teleurstellend.

Culemborgs pgb

U bepaalt toch zeker zelf hoe vaak u doucht? Wanneer u bezoek krijgt, wanneer en hoe vaak u gaat sporten of uitgaat en hoe laat u thuiskomt?

Ook voor die alleenstaande man met een spierziekte is dat nu nog vanzelfsprekend, dankzij een persoonsgebonden budget (pgb). Met dit geld kan hij de hulp die hij nodig heeft zelf organiseren. Daardoor kan hij een keer later dan normaal thuis komen, want hij heeft iets geregeld om geholpen te worden met uitkleden. Als hij voor zijn werk een afspraak heeft in een andere stad, huurt hij daar iemand in om hem daar te helpen in plaats van hulp mee te nemen. Omdat hij, door zijn ziekte fitte en minder fitte periodes heeft, is hij erbij gebaat dat hij zijn zorg flexibel kan inhuren.

Of neem die gescheiden moeder die voor haar chronisch zieke kind zorgt. Om dat te combineren met haar baan heeft zij een netwerk van familie en bekenden om zich heen die haar helpen. Wat met het netwerk niet ingevuld kan worden huurt ze in.

Dat kan allemaal met een pgb. Bij reguliere zorgaanbieders is flexibele hulp veel lastiger. Dan ben je vaker gebonden aan vaste tijden. De man en de moeder maken gebruik van een pgb omdat zij hulp nodig hebben bij allerlei normale dagelijkse bezigheden, in- of buitenshuis. Die hulp moet flexibel kunnen zijn: op meerdere plekken of tijdstippen of de ene maand meer dan de andere.

Het pgb van deze mensen wordt nu nog gefinancierd vanuit de AWBZ. Volgend jaar is de gemeente ervoor verantwoordelijk. Gemeenten zijn niet meer verplicht een pgb aan te bieden. Zelfredzaamheid, eigen regie en maatwerk zijn moderne sleutelwoorden die GroenLinks in de praktijk van het gemeentelijk beleid wil terugzien. Daarom maken wij de principiële keus dat een pgb voor de man en de moeder in dit verhaal mogelijk moet blijven. Culemborg kan de bezuinigingen die het rijk ons oplegt niet ongedaan maken. Daarom zullen de exacte voorwaarden en omstandigheden, voor wie wél een pgb krijgt en wie níet, uitgewerkt moeten worden. Elders in het land gebeurt dit al. Natuurlijk moeten ervaringsdeskundigen daarbij betrokken worden.

De motie van GroenLinks en PvdA om een Culemborgse pgb-regeling te ontwikkelen, werd gesteund door de CU, maar heeft het in de raad niet gehaald. Er is nog hoop, want het nieuwe beleid moet nog handen en voeten krijgen en geen enkele fractie was radicaal afwijzend.

Deze blog is als column in de serie Raadspraat verschenen in de Culemborgse Courant van 6 maart 2012. Het vandaag verschenen persbericht van GroenLinks-Tweede Kamerlid Linda Voortman Gemeenten regelen eigen pgb sluit daar mooi op aan.

Verordening Maatschappelijke Ondersteuning

Het lezen van verordeningen is saai werk. Voor wie het niet weet: een verordening is zoveel als een gemeentelijke wet. De motivatie voor dit drogere raadswerk ligt voor mij in het besef van het belang voor de mensen die ermee te maken krijgen.

Gisteren werd in de raadsvergadering de nieuwe Wmo-verordening besproken. Een paar jaar geleden was dat nog de Verordening WVG (Wet Voorzieningen Gehandicapten). In 2010 veranderde de naam in Verordening Voorzieningen Wmo. Behalve dat de huishoudelijke hulp erin gefietst werd, waren er slechts wijzigingen in de marge.

Dit jaar wordt de Verordening Voorzieningen Wmo opnieuw vastgesteld. De wijzigingen zijn nu meer dan marginaal. Het gaat om een compleet andere insteek: “denken in resultaten in plaats van in voorzieningen” waarin “het gesprek” centraal staat. Maatwerk gericht op het oplossen van iemands probleem in plaats van een simpele claim op een materiële voorziening. Die misschien niet het eigenlijk gewenste resultaat geeft. Niet de ‘voorziening’ staat centraal, maar de maatschappelijke(!) ondersteuning. Die ondersteuning kan van de gemeente komen, maar ook uit iemands eigen omgeving of uit andere geledingen van de maatschappij.

Met die nieuwe insteek, die kanteling van de Wmo, zou de verordening eigenlijk een toepasselijker naam moeten hebben gekregen. Een veelzeggende naam maakt mensen die een beroep doen op hulp van de gemeente en de verordening erop naslaan meteen attent op waar het om gaat. Bijvoorbeeld gewoon Verordening Maatschappelijke Ondersteuning. Of Verordening hulp bij zelfredzaamheid en participatie. Of een vlottere en creatievere titel natuurlijk….

Een wethouder voor welzijn en eentje voor Wmo

Een saaie (gelukkig korte) avond, was het, de presentatie van de het coalitieakkoord van VVD, D66 en CDA en het voorstellen van de nieuwe wethouders. Zelf was ik nog wel nieuwsgierig naar de portefeuilleverdeling. Zou daar sinds het persbericht op 18 maart nog iets in zijn veranderd? De reden voor deze verwachting was een opmerkelijke tweedeling: welzijn bij de ene wethouder en Wmo bij de andere.

Want de Wmo, de Wet Maatschappelijke Ondersteuning, is immers op de eerste plaats een welzijnswet. Welzijn is het hart van de Wmo! De welzijnscomponent maakt zelfs het grootste deel uit van het Wmo-budget dat de gemeente van het rijk krijgt.

De gedachte achter de Wmo is dat, als mensen lekker meedraaien in de maatschappij, ze zich prettiger en gelukkiger voelen en daardoor gezonder zullen zijn. Daarmee moet de behoefte aan duurdere zorg worden voorkomen of uitgesteld. Sleutelwoord is ‘participatie’. Of het daarbij nu om bijvoorbeeld jongerenwerk gaat of jeugdzorg; om volwassenen(educatie), kinderopvang, maatschappelijk werk of ouderen(werk), dat is allemaal welzijnswerk.

Het zal toch niet waar zijn, dat drie jaar na invoering van de Wmo, met in de rest van het land enorme ontwikkelingen op dat gebied, in de hoofden van de beleidsmakers en belangrijkste uitvoerders in Culemborg nog steeds de ouderwetse en achterhaalde scheiding zit tussen Wvg/zorg(voorzieningen) en welzijn(swerk)?

We gaan het de komende vier jaar in de praktijk zien.

Loket met perspectief

De dagelijkse praktijk in een Wmo-loket werd vanmiddag in rollenspellen verbeeld. Plaats van handeling: de themabijeenkomst Eén loket met perspectief in de raadzaal in Tiel. De uitnodiging van MEE en Zorgbelang lokte mij vanwege de belofte het Wmo-loket “van een andere kant” te bekijken.

De gespeelde scènes waren zoals ik ze ken en het commentaar van vertegenwoordigers van belangenorganisaties herkenbaar. De wandelgangen waren interessanter en een goede manier om wat zaken te checken die bij de rollenspelen ter sprake waren gekomen. Zoals dat je in Culemborg  de meerkosten van een fiets met hulpmotor wél vergoed kunt krijgen (blijkbaar zijn er gemeentes waar, als je om een fiets met hulpmotor vraagt, je dát niet kunt krijgen, maar wél een veel duurder scootmobiel). Ook blijkt dat je een dure Wmo-voorziening wél in termijnen kunt betalen (hierover had ik een klacht gekregen).

Het telefonisch loket voor wonen-welzijn-en-zorg in Culembog functioneert ongeveer zoals het Tielse, met een contract met de zorgcentrale van de STMR, dat onlangs voor 2008 opnieuw is afgesloten. GroenLinks heeft altijd benadrukt dat informatie en advies van het gemeentelijk loket deskundig én onafhankelijk moet zijn. Is, door een contract af te sluiten met de zorgcentrale van een zorgaanbieder, die onafhankelijkheid niet in het geding? In een informatienotitie heeft het college aannemelijk kunnen maken dat de zorgcentralist van de STMR niet in de positie is de eigen organisatie voor te trekken.
Ik heb vooral andere zorgaanbieders gehoord die de onafhankelijkheid van het loket in twijfel trekken; van cliënten ben ik een concreet en bewijsbaar voorbeeld nog niet tegen gekomen.

Over het gemeentelijke indicatiebleid lijkt in ieder geval tevredenheid te bestaan: in bovengenoemde wandelgangen hoorde ik dat vorig jaar op 900 aanvragen voor Wmo-voorzieningen er slechts 3 bezwaarschriften zijn binnen gekomen.

Informatienotitie

Een loket met perspectief

Het Wmo loket

Educatie hoort bij Wmo

In de raadsvergadering van 26 april werd de Wmo-beleidsnota besproken en later door de raad unaniem aangenomen. Ook door de GroenLinks-fractie. Niet dat er niet een en ander op onderdelen is aan te merken, maar over het algemeen is hier door de Culemborgse ambtenaren prima werk geleverd.

De Wet Maatschappelijke Ondersteuning is voor de gemeente Culemborg aanleiding geweest om wat de gemeente zoal onderneemt op een rijtje te zetten, verbanden te leggen en er samenhang in aan te brengen. In het uitvoeringsprogramma dat aan het eind van de nota staat is dat niet overal even goed gelukt. Zo zouden de gewenste resultaten scherper geformuleerd kunnen worden. Dat dwingt ons immers na te denken over wat we met het geïnvesteerde geld willen bereiken en wanneer we tevreden zijn. Toch moet je ook voorzichtig zijn met indicatoren die op het eerste gezicht hard lijken; aanwezigheid van cijfers wil niet zeggen dat ze daadwerkelijk iets zeggen over het gewenste maatschappelijk effect.

Dat neemt niet weg dat Culemborg creatief is omgegaan met de negen prestatievelden zoals die door de rijksoverheid zijn opgelegd. Met thema’s als ‘wonen, ontmoeten, meedoen, opgroeien, informeren en zorgen’ is gepoogd werkbare dwarsverbanden te leggen en ontoegankelijke wetsartikelen te koppelen aan begrippen waar iedereen zich iets bij kan voorstellen. Ik vind dat best knap, want zéggen dat je integraal wilt denken en werken is iets anders dan dat ook daadwerkelijk dóen.

Wat ik toch een minpuntje vind is dat het thema ‘educatie’ ontbreekt (of – om in de werkwoordenlijn te blijven zoals die in de nota gehanteerd word: ‘leren’. Daarin loopt de nota achter op ontwikkelingen op Europees en rijksniveau waar levenslang-leren-actieplannen zijn, gericht op ‘leren in de wijk’ en op moeilijk bereikbare groepen, met doelen als: sterke samenleving, actief burgerschap, sociale cohesie. Klinkt dat bekend? Ja, daar draait het immers om in de Wmo. ‘Buurtacademie’ is een bekend en succesvol verschijnsel op verschillende plekken in Nederland (Schiedam, Rotterdam, Drenthe). Educatie sluit aan bij meerdere Wmo-prestatievelden. In het Culemborgse Wmo-beleidsplan zijn hier en daar weliswaar plukjes educatie te vinden, maar dit onderwerp is niet integraal opgepakt.
Als het goed is staat binnenkort de onderwijsnota op de agenda van de raad. Hopelijk wordt in die nota plaats ingeruimd voor educatie (non-formeel onderwijs).