Tagarchief: Internationale samenwerking

Culemborgse duurzame ontwikkelingsdoelen

Nederland is na de Tweede Wereldoorlog ontvanger geweest van ‘ontwikkelingshulp’ in de vorm van het Marshallplan van de Verenigde Staten. Dat heeft er mede toe bijgedragen dat we er economisch bovenop konden komen. Het was geen filantropie zonder een flinke dosis eigenbelang, want tegelijkertijd werd een toekomstig afzetgebied verzekerd voor Amerikaanse export en een buffer gecreëerd tegen de Sovjet-Unie.

Nederlandse ‘ontwikkelingshulp’ is ook nooit helemaal onbaatzuchtig geweest. In de loop van de tijd is het een wisselende mix geweest tussen de wens om onze handelsbelangen, grondstoffen en veiligheid zeker te stellen en oprecht ‘iets’ willen doen aan armoede in de wereld. Maar los daarvan hebben wel altijd individuen en groepen met hun geld, tijd en overtuiging uit pure betrokkenheid omgezien naar medemensen elders in de wereld.

In de loop van de tijd en op de golven van voortschrijdend inzicht werd ontwikkelingshulp ‘internationale samenwerking’ en sinds kort zijn het de dit jaar door de Verenigde Naties vastgestelde Duurzame OntwikkelingsDoelen, Sustainable Development Goals.

Culemborg kijkt al sinds jaar en dag over haar eigen grenzen heen. De financiering van projecten vindt niet plaats uit de gewone algemene reserves van de gemeente, maar uit 1 euro per m2 verkochte grond. Voor kopers van grond is dat relatief weinig geld. Voor de gemeente is het een eenvoudige financieringsvorm om handen en voeten te geven aan het minuscule radartje dat wij zijn in de wereldgemeenschap. Persoonlijk vind ik het ‘over de grens kijken’ een kleine, maar belangrijke toevoeging aan de dynamische, stadse en sociale identiteit van Culemborg. Van projecten ‘internationale samenwerking’ uit het verleden hebben we geleerd: die waren niet altijd even succesvol of effectief; korte-termijndenken is in elk geval niet wenselijk (tenzij het om noodhulp gaat bij rampen) en microkrediet blijkt, bij nader inzien, op de lange termijn ook niet zaligmakend.

De duurzame ontwikkelingsdoelen die de VN heeft vastgesteld zijn divers en veelomvattend. Dat is ook een van de kritiekpunten. Rode draad is echter het begrip ‘sustainable’: duurzaam, effectief op de lange termijn. Aan van generatie op generatie doorgegeven armoede of slechte gezondheid kan alleen een einde komen door mensen perspectief te bieden op verbetering van hun omstandigheden, door naar sociale, ecologische en economische aspecten te kijken.

Het heeft weinig zin alleen ergens ver weg iets aan te gaan pakken, als wij zelf niet beseffen wat de invloed van ons dagelijks leven is op armoede, op ongelijkheid en op leefbaarheid. De kleding die wij kopen heeft impact op arbeidsomstandigheden elders in de wereld. De waterpomp die op de Varkensmarkt is gekomen is niet alleen goed voor ónze gezondheid en óns milieu, maar dient tegelijkertijd internationale gezondheids- en milieudoelen. Andere culturen leren kennen is niet alleen bevorderlijk voor verdraagzaamheid, maar ook voor waardering van wat wij zelf zo ‘gewoon’ vinden. Door fairtrade koffie en chocolade te kopen dragen we bij aan eerlijke beloning voor hard werken.

In de laatste raadsvergadering die ik in december nog als raadslid mocht meemaken heeft de gemeenteraad voor een nieuwe periode het beleidsplan Internationale Duurzame Ontwikkeling aangenomen. Daarin gaat het om wat Culemborgers en hun organisaties (stichtingen, scholen, kerken, bedrijven) kunnen bijdragen aan de ontwikkelingsdoelen en hoe zij kennis, begrip en bewustwording bevorderen over ons eigen aandeel daarin.

In 1998 kwam ik, na jaren in Afrika te hebben gewoond, in Culemborg wonen. Ik vond het daarom best wel speciaal om mijn periode als raadslid af te sluiten met het vaststellen van het nieuwe beleid ‘Internationale Duurzame Ontwikkeling’. Daarmee laat Culemborg weer zien dat sociaal beleid en solidariteit niet ophoudt bij de grenzen van Culemborg (of Nederland).

De gemeente zoekt trouwens nog mensen voor een adviescommissie om de ingediende projecten inhoudelijk te beoordelen. Daarvoor kun je je bij de gemeente aanmelden.

Het vlindereffect

Nog vóór de zomer van 2013 komt er een tweede discussie-avond over de toekomst van het Culemborgse beleid met betrekking tot Internationale samenwerking. De GroenLinksfractie kon zich goed vinden in de uitkomst van de eerste raadsbespreking hierover vorige week: vanaf 2014 stoppen met het weinige geld dat er is heel ver weg brengen en als gemeente projecten ondersteunen waar de meeste Culemborgers nauwelijks weet van hebben. De meeste fracties waren het erover eens dat het geld beter en nog meer dan nu het geval is, gestoken dient te worden in internationale-samenwerking-intiatieven van inwoners.

Internationale samenwerking op gemeentelijk niveau is relevant als er zichtbaar een relatie wordt gelegd met bewustwording en de leefwereld van de eigen bevolking. In een globaliserende wereld is Culemborg geen eiland. Wil je de wereld verbeteren dan lukt dat alleen als we oog hebben voor de relatie tussen onze eigen manier van leven en wat er elders in de wereld gebeurt. Een voorbeeld daarvan is de Werkgroep Fairtradegemeente die aanzet tot consumptie van producten waarmee de arbeids- en handelspositie van kleine ondernemers wordt verbeterd. Een ander voorbeeld zijn Culemborgers die boeren in Palestijnse gebieden moreel ondersteunen: de hoop op een goede toekomst levend houden door het planten van olijfbomen. Of een link leggen met onze vergrijzende samenleving en een arme opa of oma adopteren in Moldavië dat een paar honderd kilometer dichter bij Culemborg ligt dan vakantieland Turkije.

In Culemborg zijn nog veel meer initiatieven die zoden aan de dijk zetten. Op wereldschaal zijn het natuurlijk piepkleine acties. Maar een steeds groter wordende groep individuen samen kunnen wel degelijk elders betekenisvolle veranderingen in levensomstandigheden teweeg brengen. Een soort vlinder-effect (de metafoor van de vleugelslag van een vlinder die aan de andere kant van de wereld een orkaan veroorzaakt).

De besteding van het beschikbare budget kan volgens mij aan kwaliteit winnen door dit helemaal in handen te leggen van de Culemborgse samenleving. Vanuit gemeentelijk beleid bezien moeten we afscheid nemen van de huidige praktijk waarin SCOS heel veel tegelijk is: adviseur van de gemeente, uitvoerder van beleid, verdeler van geld en subsidieontvanger. SCOS is natuurlijk helemaal vrij in wat ze als stichting wil doen en betekenen. De gemeente zal echter duidelijk moeten zijn: óf fungeren als adviesraad óf op hetzelfde plan staan als alle andere Culemborgse intitiatieven die iets met internationale samenwerking doen en uit de geldpot willen putten. Een eerste stap tot normalisering heeft het college gezet door het SCOS in het vervolg aan de regels van de subsidieverordening te willen gaan houden (collegebesluitenlijst 9 oktober).

Ik vind dat, vanaf 2014, de voorwaarden voor subsidieverlening een groter belang moeten hechten aan aantoonbare pogingen in Culemborg bewustwording en betrokkenheid tot stand te brengen. En dat is wat mij betreft meer dan een persberichtje naar een krant (die dat soms niet plaatst).

Eerlijke handel

Alweer enige tijd geleden hoorde ik op de radio een vrouw vertellen dat ze het moeilijk begon te krijgen met haar huishoudboekje. Op de vraag wat ze dan niet meer zou kunnen, noemde ze na enig nadenken: ‘paardrijden’. Fairtrade Culemborg
Tja, dan heb je het toch wel zwaar…..

Op wereldniveau is de eerste zin van een column van Hofland net zoiets: “Ondanks hun nog altijd onovertroffen welvaart hebben de burgers van het Westen het niet gemakkelijk”.

Sommigen denken dat, waar wij het moeilijk mee hebben, is op te lossen door minder geld te besteden aan ontwikkelingssamenwerking. Dan hebben we het over bezuinigen op mensen vergeleken waarbij onze minima rijkaards zijn. Om het schaamrood van op de kaken te krijgen. Nog meer als je bedenkt dat het bedrag dat Nederland daaraan uitgeeft onzichtbaar en automatisch al minder is doordat het een percentage is van de waarde van alles wat Nederland produceert. En dat BNP is, door de economische crisis, sowieso al lager.

Voor en tegenstanders van ontwikkelingssamenwerking zijn het erover eens dat in je eigen levensonderhoud kunnen voorzien en zelfstandig en zonder hulp van buitenaf een redelijk bestaan hebben veruit de voorkeur heeft boven het geven en krijgen van hulp en van liefdadigheid. Maar om dat te bereiken moeten boeren en andere producenten wel een redelijke en eerlijke prijs krijgen voor wat ze maken. Met ons koopgedrag hebben we daar rechtstreeks invloed op.

Gisteren wapperde de Fairtrade-vlag op de Barbaratoen in Culemborg en de Fairtradewerkgroep organiseerde op de markt in Culemborg een feestje. Door de inzet van deze vrijwilligers is Culemborg de eerste gemeente in Gelderland geworden die voldoet aan een aantal eerlijke-handelscriteria en daarom zichzelf ‘fairtrade gemeente’ mag noemen. Zelf kopen wij thuis al jaren Fairtradeproducten. Het wordt ons gemakkelijk gemaakt doordat de Plus-supermarkt in Parijsch al een groot assortiment heeft. Dan is het nog maar een kwestie van het juiste pak hagelslag of koffie uit het schap pakken.

Erop letten dat in je eigen huishouden zoveel mogelijke producten afkomstig zijn van eerlijke handel, is een mooi voorbeeld van wat je in je eigen dagelijkse leven kunt doen. Met op wereldschaal aanwijsbare en grote gevolgen. Als er maar genoeg mensen meedoen.

Gemeenteraad naar Zuid-Afrika?

Bij de mails die in de vakantie zijn binnengekomen zat ook een bedankbrief van Olivia van Rooyen, directeur van het Kuyasa Fonds in Zuid-Afrika. Zij was in Nederland voor de opening van Culemborg Bijvoorbeeld dat dit jaar een (succesvolle) multiculturele insteek had. Culemborg heeft al een aantal jaren een relatie met het Kuyasafonds. Dit fonds verstrekt kleine leningen aan mensen om hun huis te verbeteren of om een eigen onderneming op te zetten. Culemborg is medefinancier met giften (€ 0.45 per m² verkochte grond) leningen (via Oikocredit).

De opening van Culemborg Bijvoorbeeld stond in het teken van de Culemborgse ontwikkelingsrelatie van Culemborg met het Kuyasafonds: college, raadsleden, mensen van het SCOS, andere belangstellenden, een delegatie van de ambassade en mensen van het Kuyasafonds waren daarbij aanwezig.
De bedankbrief in mijn mailbox herinnerde me er echter aan dat de burgemeester in zijn toespraak de mogelijkheid opperde dat de raad – ter versteviging van de onderlinge banden – mogelijk een bezoek zou gaan brengen aan Zuid-Afrika.
Ik was verrast. De burgemeester is weliswaar de voorzitter van de gemeenteraad, maar zonder overleg met de gemeenteraad zou de burgemeester dat in het bijzijn van de Zuid-Afrikaanse gast niet hebben moeten opperen. Dat geeft maar complicaties als je uiteindelijk níet gaat.

Welke kanttekeningen heb ik bij een eventueel bezoek van gemeenteraadsleden aan projecten in Zuid-Afrika waar Culemborg bij betrokken is?
–    Dit jaar én vorig jaar zijn vertegenwoordigers van gemeente en SCOS al in Zuid-Afrika geweest.
–    De vraag is of het te persoonlijk worden van banden met mensen van Kuyasa een objectieve beoordeling van lopende projecten c.q. voortzetting van de relatie niet in de weg staat. Het lijkt mij erg lastig na zo’n verre reis, waarbij ‘wij’ ongetwijfeld vriendelijk en gastvrij ontvangen worden bij thuiskomst koudweg te besluiten om een heel andere koers te varen.
–    Ik zou eerst een echt onafhankelijke evaluatie willen zien van de activiteiten van Kuyasa. Bijvoorbeeld om een beter inzicht te krijgen in aan welke groepen de Culemborgse fondsen ten goede komen.
–    Werkbezoeken van raadsleden zijn meestal wat dichter bij huis en elk raadslid besluit natuurlijk altijd zelf over zijn activiteiten buiten de raadszaal. Dat geldt ook voor een reis naar Zuid-Afrika die – naar mijn mening – niet met (extra) publieke gelden betaald kan worden.

Misschien dat mét een onafhankelijke evaluatie in de hand en met een programma waarbij ruimte is voor kritische vragen, relevante gesprekken en een goede voorbereiding een bezoek van een raadslid aan Kuyasa meerwaarde kán hebben. Van te voren zou er dan over moeten zijn nagedacht wat na afloop met de opgedane kennis wordt gedaan.

Kuyasafonds

Stichting Culemborg en Ontwikkelingssamenwerking

Kleine leninkjes

Vanavond weer eens zo’n positieve avond meegemaakt: het werkelijkheid worden van de samenwerking tussen de gemeente Culemborg, de Stichting Culemborg en Ontwikkelingssamenwerking (SCOS), het Zuid-Afrikaanse Kuyasafonds en de kredietverstrekker Oikocredit (www.oikocredit.nl).

Kort gezegd komt het er op neer dat met het geld dat Culemborg opzij heeft gelegd voor ontwikkelingssamenwerking (ƒ1,- per verkochte m² grond) microkredieten verstrekt gaan worden: kleine leninkjes om een beter huis te bouwen of om een klein bedrijfje op te zetten.

Een manier om het leven van arme mensen te verbeteren zonder hen in hun waardigheid aan te tasten: ze brengen de verbetering uiteindelijk immers zelf tot stand.

Sterk aan deze opzet vind ik bovendien dat, buiten de gemeente om, Culemborgers of Culemborgse organisaties of bedrijven in de gelegenheid worden gesteld mee te doen door zelf te beleggen in Oikocredit: sociaal-ethisch beleggen heet dat.

Ook dat voelt anders dan ‘gewone’ giften.

Goeie zaak.

Werelddag

Ontmoetingsdag Ontwikkelingssamenwerking.
De dag is georganiseerde door de SCOS (Stichting Culemborg en Ontwikkelingssamenwerking). Vanaf 11.00 uur ’s ochtends maak ik kennis met verschillende organisaties en particulieren die zich op de een of andere manier met ontwikkelingssamenwerking bezig houden. Wat me vooral treft is dat ‘duurzaamheid’ eigenlijk door iedereen belangrijk gevonden wordt. De ouderwetse ‘liefdadigheid’ is afwezig.
Van kleuter tot middelbare scholier bezig zijn met de wereld buiten je eigen kringetje, solidariteit met mensen die het minder goed vergaat en het bestendigen van effecten op de langere termijn staan bij alle initiatieven voorop. We zijn allemaal en steeds meer wereldburgers. De gemeente Culemborg gaat haar gelden voor ontwikkelingssamenwerking besteden aan microcredieten voor huisvesting en werkgelegenheid. Een en ander gaat gebeuren door te beleggen bij Oikocredit, een sociaal ethisch fonds dat leningen verstrekt aan kansarmen voor het opzetten van kleine bedrijfjes. SCOS wil vervolgens een participatiefonds opzetten van Culemborge inwoners en bedrijven. Geen eendagsvlieg, dit idee, maar een fantastisch en duurzaam initiatief. Individueel kunnen we in ons dagelijks leven veel bijdragen door kritisch te zijn op ons eigen consumptiepatroon (eerlijke handel) het milieu en als bedrijf verantwoord ondernemen. De gemeente kan wat dit laatste betreft het goede voorbeeld geven door ethisch te beleggen, eerlijke koffie te schenken en kleding van werknemers in het groenonderhoud aan te schaffen die eerlijk en zonder kinderarbeid geproduceerd is.