Categorie archief: raad

Afscheid

Het is ‘the day after’ als ik deze, mijn laatste, column schrijf. Als het einde van je raadslidmaatschap op de agenda staat, dan komen er toespraken, (soms verlegen makende) complimenten, bloemen en cadeautjes. En een Groen Lintje voor elf jaar ‘sociaal en met een groen hart’ werken voor Culemborg. In mijn eigen agenda nu veel lege pagina’s, hier en daar alweer gevuld met afspraken met vrienden. Heerlijk om daar meer tijd voor te hebben in het nieuwe jaar.

Gezonde doorstroming en vernieuwing in een fractie vind ik belangrijk. Goede en energieke opvolgers staan te trappelen: Rudi, de nieuwe fractievoorzitter, met zijn ontwapenende humor, is net zo gedreven als ik. Tim ‘young and kicking’ en al enkele jaren steunfractielid neemt de open gevallen plek in. Het moment van afscheid nemen is ook goed: we zijn partner binnen een coalitie waarin we de discussie bepaald niet uit de weg gaan, maar waarin stabiliteit en vertrouwen de boventoon voeren.

Actief zijn in de lokale politiek heeft mij veel gebracht: horizonverbreding en persoonlijke ontwikkeling. Al die verschillende Culemborgers die ik heb leren kennen met hun belangen, hun geschiedenissen en hun betrokkenheid hebben mij rijker gemaakt.

Het was wel keihard werken. Niet alles lukte; niet alles was even verstandig, maar ik heb ook dingen ‘binnengehaald’ die gewoon goed zijn voor stad en inwoners. Ik heb het wel eens jammer gevonden dat tijdens verkiezingscampagnes zo weinig werd gevraagd naar resultaten uit de jaren daarvoor. In het verleden behaalde resultaten zijn geen garantie voor de toekomst, maar het zegt natuurlijk wel íets.

Tegelijkertijd past mij bescheidenheid, want wat voor successen we als GroenLinks-fractie ook hebben behaald, met onze twee zetels in de gemeenteraad hebben we altijd collega-raadsleden nodig om een meerderheid te krijgen voor een voorstel.

Raadslid zijn is een verantwoordelijke en fantastische ‘hobby’. Voor wie zich wil oriënteren op wat het werk als gemeenteraadslid inhoudt ben ik altijd beschikbaar.

Column in de rubriek ‘Raadspraat’ voor de Culemborgse Courant van 15 december

 

 

Culemborgse duurzame ontwikkelingsdoelen

Nederland is na de Tweede Wereldoorlog ontvanger geweest van ‘ontwikkelingshulp’ in de vorm van het Marshallplan van de Verenigde Staten. Dat heeft er mede toe bijgedragen dat we er economisch bovenop konden komen. Het was geen filantropie zonder een flinke dosis eigenbelang, want tegelijkertijd werd een toekomstig afzetgebied verzekerd voor Amerikaanse export en een buffer gecreëerd tegen de Sovjet-Unie.

Nederlandse ‘ontwikkelingshulp’ is ook nooit helemaal onbaatzuchtig geweest. In de loop van de tijd is het een wisselende mix geweest tussen de wens om onze handelsbelangen, grondstoffen en veiligheid zeker te stellen en oprecht ‘iets’ willen doen aan armoede in de wereld. Maar los daarvan hebben wel altijd individuen en groepen met hun geld, tijd en overtuiging uit pure betrokkenheid omgezien naar medemensen elders in de wereld.

In de loop van de tijd en op de golven van voortschrijdend inzicht werd ontwikkelingshulp ‘internationale samenwerking’ en sinds kort zijn het de dit jaar door de Verenigde Naties vastgestelde Duurzame OntwikkelingsDoelen, Sustainable Development Goals.

Culemborg kijkt al sinds jaar en dag over haar eigen grenzen heen. De financiering van projecten vindt niet plaats uit de gewone algemene reserves van de gemeente, maar uit 1 euro per m2 verkochte grond. Voor kopers van grond is dat relatief weinig geld. Voor de gemeente is het een eenvoudige financieringsvorm om handen en voeten te geven aan het minuscule radartje dat wij zijn in de wereldgemeenschap. Persoonlijk vind ik het ‘over de grens kijken’ een kleine, maar belangrijke toevoeging aan de dynamische, stadse en sociale identiteit van Culemborg. Van projecten ‘internationale samenwerking’ uit het verleden hebben we geleerd: die waren niet altijd even succesvol of effectief; korte-termijndenken is in elk geval niet wenselijk (tenzij het om noodhulp gaat bij rampen) en microkrediet blijkt, bij nader inzien, op de lange termijn ook niet zaligmakend.

De duurzame ontwikkelingsdoelen die de VN heeft vastgesteld zijn divers en veelomvattend. Dat is ook een van de kritiekpunten. Rode draad is echter het begrip ‘sustainable’: duurzaam, effectief op de lange termijn. Aan van generatie op generatie doorgegeven armoede of slechte gezondheid kan alleen een einde komen door mensen perspectief te bieden op verbetering van hun omstandigheden, door naar sociale, ecologische en economische aspecten te kijken.

Het heeft weinig zin alleen ergens ver weg iets aan te gaan pakken, als wij zelf niet beseffen wat de invloed van ons dagelijks leven is op armoede, op ongelijkheid en op leefbaarheid. De kleding die wij kopen heeft impact op arbeidsomstandigheden elders in de wereld. De waterpomp die op de Varkensmarkt is gekomen is niet alleen goed voor ónze gezondheid en óns milieu, maar dient tegelijkertijd internationale gezondheids- en milieudoelen. Andere culturen leren kennen is niet alleen bevorderlijk voor verdraagzaamheid, maar ook voor waardering van wat wij zelf zo ‘gewoon’ vinden. Door fairtrade koffie en chocolade te kopen dragen we bij aan eerlijke beloning voor hard werken.

In de laatste raadsvergadering die ik in december nog als raadslid mocht meemaken heeft de gemeenteraad voor een nieuwe periode het beleidsplan Internationale Duurzame Ontwikkeling aangenomen. Daarin gaat het om wat Culemborgers en hun organisaties (stichtingen, scholen, kerken, bedrijven) kunnen bijdragen aan de ontwikkelingsdoelen en hoe zij kennis, begrip en bewustwording bevorderen over ons eigen aandeel daarin.

In 1998 kwam ik, na jaren in Afrika te hebben gewoond, in Culemborg wonen. Ik vond het daarom best wel speciaal om mijn periode als raadslid af te sluiten met het vaststellen van het nieuwe beleid ‘Internationale Duurzame Ontwikkeling’. Daarmee laat Culemborg weer zien dat sociaal beleid en solidariteit niet ophoudt bij de grenzen van Culemborg (of Nederland).

De gemeente zoekt trouwens nog mensen voor een adviescommissie om de ingediende projecten inhoudelijk te beoordelen. Daarvoor kun je je bij de gemeente aanmelden.

Afscheid van de gemeenteraad

Vorige week donderdag was – als zich geen onverwachte gebeurtenissen voordoen – mijn laatste raadsvergadering. In de kerstvakantie moet ik nog wat lopende zaken afhandelen. Per 1 januari is het echt over en uit.
Hier mijn speech ten overstaan van de gemeenteraad van 10 december:

Er zijn van die periodes geweest dat ik dacht ‘Als ik uit de raad ga en ik houd een afscheidsspeech, dan kan die maar over één ding, eigenlijk over één persoon, gaan: Yme’.
Yme is al bijna 40 jaar mijn lief. De afgelopen elf jaar heeft het raadswerk altijd op plek één gestaan. De laatste – pakweg zes jaar – zeker. En Yme kwam dan op plek ‘tig’.
Voor mijn gevoel, maar ik denk ook objectief, is het raadswerk in hoeveelheid, in mogelijkheden en in verantwoordelijkheid steeds meer geworden. Dat heeft er natuurlijk ook alles mee te maken dat ik uit al die interessante en belangrijke zaken die in de fractie-taakverdeling bij mij liggen eigenlijk niet kan kiezen. Ik wil graag overal zijn: bij raadsbijeenkomsten én alles willen weten én op social media van me laten horen én blogs schrijven én me goed inlezen én graven in dossiers én mensen ontmoeten, bij ze langs gaan, op werkbezoek, stages lopen.
Eigenlijk heb dat eigenlijk alleen maar kunnen doen dankzij Yme. Bovenop al die drukte houdt hij mij scherp, is niet tevreden met gemakkelijke argumenten of antwoorden, komt met ideeën en bestookt me met ‘interessante artikelen’, zorgt ervoor dat ik blíjf nadenken; een kunstenaar zou hem zijn muze noemen.
Maar ook praktisch: waar ik me wel eens schuldig voelde heeft hij nooit gemopperd als ik mijn aandeel in de schoonmaak van het huis weer eens liet liggen; Yme bedenkt wat we die week gaan eten, doet altijd de boodschappen (terwijl ik bij Pieter Aafjes bij de repetitie zit); hij kookte steeds meer door de week en de kliekjes vroren we dan in zodat ik een voorraadje had als hij op reis was. Best wel regelmatig haalde hij een frietje of was avocado met een cracker voldoende.
En dan altijd op mij wachten totdat ik ’s avonds heel laat thuis kom; nog even samen een wijntje drinken om vervolgens met de mededeling “Eventjes nog iets doen; ik kom zo” achter de computer te duiken om veel te laat naar bed te gaan waar hij dan al in lag.
En telkens weer zo’n klein cadeautje als hij tussen zes en zeven uur ’s avonds van zijn werk thuiskomt, dat hij dan alvast mijn fiets buiten zet, zodat ik die – voordat ik er weer een avond vandoor ga – niet zelf uit de schuur hoef te halen.

Ik zei, dat mijn afscheidsspeech alleen maar over Yme zou kúnnen gaan, maar dat ga ik niet doen. En wie weet in wat voor relatiecrisis we terecht komen als ik opeens veel meer tijd heb 😉 Ik vermoed dat mijn leven er in elk geval wel gezonder gaat uitzien: minder zitten, meer in beweging, goede maaltijden koken en de relatie met mijn vrienden verstevigen.

Was het dat waard? Ja, dat was het. Ik heb het gedaan op de manier die bij mij past en ik heb er veel voldoening uitgehaald. Politiek is een prachtig en spannend speelveld. Vanzelfsprekend heb ik de Culemborgse politiek niet alleen opgevat als een persoonlijk genoegen. Ik heb zeker wel geprobeerd een zo goed mogelijk volksvertegenwoordiger te zijn in de geest van GroenLinks ‘sociaal met een groen hart’. Het wikken en wegen van ieders belang om in het algemeen belang besluiten te nemen heb ik beleefd als een verantwoordelijke taak, en ik vond die processen ook heel boeiend. Ik heb het altijd als een uitdaging gezien om de verdeling die ik mijzelf oplegde (1/3 van de tijd lezen en voorbereiden 1/3 vergaderen 1/3 contacten in de stad) in balans te houden.
En ik werd ook niet overal blij van, vooral niet als dingen mislukken. Of in het begin toen ik erg onzeker was. Dat beïnvloedde ook mijn relatie met andere raadsleden; er was veel dat ik moest leren, veel dat ik niet wist; ik stond niet boven de materie en verloor me daardoor in details. Of als er dagen, weken, maanden werk in bepaalde zaken is gaan zitten, zonder dat het resultaat dat je graag wilde werd bereikt.

Een keer eerder, in 2012 heb ik serieus overwogen om te stoppen, toen vanaf april 2012 geen verslagen van raadsvergaderingen meer werden gemaakt. Dat was onwerkbaar. Voor elk dingetje waar mijn geheugen tekort schoot moest ik dat audioverslag gaan terugluisteren. Niet te doen. Enorm tijdrovend en stressvol. Hoe kwam het dat jullie daar geen last van hadden? Hoe deden jullie dat? Gelukkig werd daar iets op verzonnen. En ik bleef.

Wat me bij verkiezingscampagnes wel eens frustreerde was dat er zo weinig gevraagd werd naar wat ik, mijn fractie of andere fracties de afgelopen vier jaar had gedaan. Keihard gewerkt; echt dingen ‘binnengehaald’, maar die bleken zo vergeten. Iedereen, staart zich blind op verkiezingsprogramma’s en praat alleen over plannen in de toekomst. Je hebt veel meer kans om je in een volgende periode door de ‘juiste’ mensen te laten vertegenwoordigen als je die politici dwingt te laten zien wat ze in die vier jaar daadwerkelijk hebben gepresteerd.

Laat ik dit moment aangrijpen voor een ontboezeming. Wat ik erg mis is goede lokale en regionale, echte journalistiek. OK, we hebben De Gelderlander en die doet zeker haar best, maar het is gewoon te weinig. Democratie functioneert een stuk beter met goede integere journalisten die hun vak verstaan; die belangrijke zaken – politiek en niet-politiek – analyseren, onder een vergrootglas leggen, in een context plaatsen en duiden. En vertel me nou niet dat er nog steeds raadsleden zijn zonder een abonnement…..

Elf jaar is niet een periode van ‘even ruiken aan de politiek en dan weer weg’. Ik ben persoonlijk van mening dat als teveel raadsleden te kort in de raad zitten dat dat niet in het belang van een gemeente is. Van de andere kant moet je er ook voor zorgen dat je niet vastgeroest raakt en je bij wijze van spreken onderdeel wordt van het meubilair. Op tijd vernieuwen en zorgen voor continuïteit zie ik óók als een verantwoordelijkheid.

Na zo’n lange tijd weggaan kan: goede opvolging staat in de startblokken. Tim staat derde op de kandidatenlijst en is al enkele jaren steunfractielid. Ik vind het jammer dat hij na maart 2014 niet voor het echie kon gaan. Talent moet je niet te lang in de coulissen laten staan. Dit is ook het goede moment: de fractie is stabiel, de coalitie functioneert. Met wat ik van ons eigen verkiezingsprogamma ‘Sociaal met een groen hart’ terugvindt in het coalitieakkoord ben ik tevreden; de afspraken zijn duidelijk en de onderlinge verhoudingen goed.

Ik zal de raad en deze bijzondere plek in de Culemborgse samenleving missen, maar ik kijk ook met plezier naar die blanco pagina’s in mijn agenda waar ik hier en daar al wat afspraken heb gezet die ik nu gemakkelijker dan voorheen kan maken. Het raadslidmaatschap heeft mij veel gebracht in verbreding van mijn horizon en persoonlijke groei. Ik kan het dan ook iedereen aanbevelen.

Mag ik de voorzitter van de raad bedanken en via hem de ambtenaren van de gemeente bij wie ik altijd terecht kon met mijn vragen, die bereid waren mee te denken en zich te verdiepen in mijn ‘vraag achter de vraag’. Die dank en datzelfde gevoel geldt voor de medewerkers van de griffie. Speciaal wil ik de medewerkers bedanken die er elke keer weer voor zorgen dat alles in dit gebouw geregeld is, de ruimtes gebruikt kunnen worden, de techniek werkt, de koffie klaar staat, ruimtes gebruikt kunnen worden.

Mag ik tenslotte jullie, raadsleden, bedanken voor jullie collegialiteit: alles wat ik of mijn fractie heb bereikt of zo onbescheiden ben op ons conto te schrijven is met onze twee zetels immers slechts tot  stand gekomen samen met andere fracties om de benodigde meerderheid bij elkaar te krijgen …..

Monitoren van Wmo- en Jeugdbeleid

Na de bijeenkomst ‘De raad in gesprek met inwoners over ervaringen met de Wmo en Jeugdwet’ van 12 november stuurde een Culemborger mij vorige week  een mail waarin hij zich afvroeg of de gemeenteraad de uitvoering van de Wmo en Jeugdhulp wel goed monitort. Een terechte en tegelijk gevoelige vraag, want precies dat pijnpuntje was onderwerp van een motie op 5 november j.l. tijdens de behandeling van de Begroting 2016.

Het begon twee jaar geleden. De gemeenteraad stelde toen de uitgangspunten vast van hoe het gemeentelijk Wmo- en Jeugdbeleid in de komende jaren ontwikkeld zou moeten worden. Daarbij droeg de raad het college op om indicatoren te formuleren: handvatten om de maatschappelijke effecten van het beleid te kunnen beoordelen.

Het college voerde die opdracht keurig uit. Voor 2015 en 2016 stelde de raad vervolgens een degelijk Beleidsplan Wmo en Jeugd vast. In dat plan staat bij elk thema opgesomd welke doelen we hebben en welke resultaten we willen behalen. Onder de kopjes ‘Hoe meten we dit’ legde de raad vast aan de hand van welke indicatoren ze die resultaten wil monitoren.

In de GroenLinksfractie wreven we dan ook onze ogen uit toen we die indicatoren niet terug zagen in de begroting. Sterker, we moesten kennis nemen van de opvatting dat er “geen zinvolle indicatoren te benoemen zijn die iets zeggen over het behalen van het doel”. Als je dan bedenkt dat het Beleidsplan Wmo en Jeugd de ambitie had/heeft om tussentijds zoveel mogelijk te evalueren en bij te stellen… De conclusie die je dan helaas moet trekken is dat het allemaal wel mooi was opgeschreven, maar dat de gemeenteraad bij gebrek aan inzicht het uitgevoerde beleid niet of slechts beperkt kan beoordelen.

Natuurlijk zie ook ik dat er op alle fronten hard gewerkt wordt aan de uitvoering van het Wmo- en Jeugdbeleid en dat dat met alle veranderingen niet altijd gemakkelijk is. Ik zie en hoor dat er heel veel goed gaat en ik kom regelmatig tevreden inwoners tegen (die niet naar de bijeenkomst op 12 november kwamen). Maar neem je jezelf als raad serieus als je je volledige steun hebt gegeven aan een fantastisch geschreven beleidsplan waarin beschreven staat hoe je een en ander gaat monitoren en als je dat vervolgens laat lopen?

Een motie was daarom nodig om dat recht te trekken. Daarin draagt de raad het college op om voor de zomer van 2016 een update te geven over de ontwikkeling van het Wmo- en Jeugdbeleid aan de hand van de indicatoren die we al hadden geformuleerd. Verder moet de raad in het Jaarverslag over 2016 bijgepraat worden en natuurlijk moet in de begroting 2017 de kolom ‘indicatoren’ gewoon ingevuld worden.

Vertrek uit de gemeenteraad

RaadszaalNa 11 jaar raadslidmaatschap en nog langer politiek actief vertrek ik per 1 januari uit de gemeenteraad van Culemborg. Al enige tijd wist ik dat ik niet meer zou meedoen met de gemeenteraadsverkiezingen in 2018, maar het is dan nog best lastig om een goed moment te kiezen om het stokje over te dragen.

Dat ik nu stop is zeker niet omdat ik er genoeg van heb: het raadslidmaatschap geeft mij nog steeds veel energie. Ik ben erg tevreden over waar GroenLinks in Culemborg op dit moment staat. GroenLinks is in full swing en we maken met wethouder Joost Reus deel uit van het college. Veel punten uit ons verkiezingsprogramma ‘Sociaal met een groen hart’ zijn in het coalitieakkoord en in de uitvoering daarvan terug te vinden.

Tegelijkertijd vind ik vernieuwing en continuïteit onmisbare ingrediënten voor een toekomstbestendige partij en fractie. Halverwege de raadsperiode plaatsmaken betekent dat mijn opvolgers nog genoeg tijd hebben om in Culemborg en aan de leden te laten zien wat ze kunnen.

Mijn besluit heeft ook te maken met de manier waarop ik al die jaren invulling heb gegeven aan het raadslidmaatschap. Ik voel nu de behoefte om mijn sociale en privé-leven beter in balans te brengen.

Mijn fantastische en humorvolle fractiegenoot, Rudi Oortwijn, die al zes jaar raadslid is, heeft er veel zin in om fractievoorzitter te worden. De vrijgekomen plek gaat ingenomen worden door ons jonge politieke talent en waardevolle steunfractielid, Tim de Kroon

Ik weet zeker dat ik deze bijzondere plek in de Culemborgse samenleving zal missen. Niet alleen heb ik hard gewerkt, maar het raadslidmaatschap heeft mij ook veel gebracht in verbreding van mijn horizon en in persoonlijke groei. Ik kan het dan ook iedereen aanbevelen.

Tien december zal voor mij de laatste raadsvergadering zijn. Tot die tijd ga ik nog even ‘gewoon’ door.

Minimabeleid: zwemlessen

In De Gelderlander stond het alsof het iets nieuws was: ‘Bijdrage voor zwemles minima Culemborg’. In werkelijkheid bleek een besluit van de gemeenteraad uit 2012 naar letter en geest niet te zijn uitgevoerd. Dat moest gerepareerd worden. Want elk kind moet een zwemdiploma kunnen halen.

De Sociale Participatieregeling (SoPa) voor minima werd in 2012 weliswaar afgeschaft, maar het Jeugd Sport Fonds (JSF) en het Jeugd Cultuur Fonds (JCF) kwamen ervoor in de plaats. Daar zaten inhoudelijk en financieel veel positieve kanten aan. Er was alleen één probleempje. Nadat, jaren eerder, het schoolzwemmen was afgeschaft financierde de SoPa ook de zwemlessen voor kinderen uit gezinnen met een laag inkomen. Dat moest niet in het gedrang komen. Daarom wilde de gemeenteraad toen alleen instemmen met het afschaffen van de SoPa-regeling als de zwemlessen voor minima gegarandeerd waren.

In september 2012 kwam het toenmalige college naar de gemeenteraad met een acceptabel voorstel: met het Jeugd Sport Fonds en Stichting leergeld waren afspraken gemaakt over een gezamenlijke vergoeding van zwemlessen. De raad kon daarom instemmen met het afschaffen van de SoPa-regeling.

Pas dit jaar werd voor mij duidelijk dat ouders met een minimum inkomen in de praktijk de helft van het bedrag zelf moesten zien op te hoesten. Met de bijdrage van het Jeugd Sport Fonds ging het goed. De andere partner, Stichting Leergeld, had – omdat zwemlessen relatief duur zijn – voor de besteding van haar beperkte budget, andere keuzes moeten maken.

We willen ons minimabeleid op zijn minst op het huidige niveau handhaven. Op initiatief van GroenLinks heeft een meerderheid van de raad daarom een amendement aangenomen waarmee geld beschikbaar is gesteld om het beleid ten aanzien van schoolzwemmen alsnog uit te voeren. De VVD kon zich daar niet in vinden en stemde tegen.

De gemeente gaat nu de overgebleven kosten voor de zwemlessen vergoeden. Het gaat dan om kinderen die in 2015 en 2016 een bijdrage van het Jeugd Sport Fonds (hebben) ontvangen. Dat is namelijk de doelgroep waar het om gaat. De gemeenteraad wil begin 2016 geïnformeerd worden hoe de uitvoering van dit alles verloopt. En bij de begroting van 2017 moet het college met een voorstel naar de raad komen voor een structurele oplossing.

De noodzaak dat alle kinderen leren zwemmen is evident. Aan de situatie dat voor sommige kinderen in Culemborg financiën een drempel zouden kunnen zijn om zwemles te nemen moest meteen een einde komen.

Verborgen subsidies

In augustus blogde ik over mijn – voorlopig eenmalige – ervaring achter de vuilniswagen. Daarin vertelde ik al dat het ophalen van papier met vrijwilligers duurder is dan wanneer de Avri gewoon overdag met een zijlader zou langsrijden. De samenwerking met verenigingen is historisch zo gegroeid en ergens in de afgelopen 15 jaar is er een omslagpunt geweest: van lucratief naar ‘erop toeleggen’. Zo werd het papier ophalen een verborgen subsidie aan een beperkt aantal organisaties.

In regionaal Avri-verband moet er nu een antwoord komen op de vraag hoe we hier in de toekomst mee om willen gaan. Het memo Oud papierinzameling dat het college over de huidige situatie voor de raad schreef zal voor velen een eye opener zijn geweest. Voor zover ik begrepen willen de meeste gemeenten in Regio Rivierenland de huidige situatie van papier ophalen door vrijwilligers voortzetten. Dat roept bij mij de vraag op of raadsleden in die andere gemeenten net zo precies geïnformeerd zijn als die in Culemborg?

Vorige week spraken zeven van de acht Culemborgse raadsfracties zich uit. De conclusies die de wethouder mee gaat nemen naar zijn collega’s in de regio is dat Culemborg het liefst de huidige situatie afbouwt. Stapsgewijs dat wel. Mogelijk zijn er alternatieven te bedenken waarmee organisaties extra inkomsten kunnen genereren.

Álle huishoudens in Rivierenlang betalen nu €8,- extra voor het ophalen van papier door vrijwilligers. Ook die in de hoogbouw, waar geen aparte papierinzameling is. In Culemborg verdienen vier verenigingen, een kerk en een school bij elkaar €54.000. Daarnaast haalt een Tielse organisatie papier op.

Mochten gemeenten in de regio in meerderheid inderdaad kiezen voor doorgaan van papier ophalen met vrijwilligers, dan moet het sowieso eerlijker. Ook andere vrijwilligersorganisaties moeten de kans krijgen te profiteren van deze subsidies. Door te rouleren bijvoorbeeld. En ook moeten Culemborgse clubs in onze eigen stad voorrang krijgen op organisaties uit andere gemeenten.

Maar het afbouwen van deze verborgen subsidie, dat zou het beste zijn.

 

Gemeenschapsgeld

Een gat in mijn blog van een maand is de meest zichtbare consequentie van een wat te royaal sociaal leven in de privé-sfeer. Een van de onderwerpen die op mijn bloglijstje staan gaat over het Ondernemersfonds Culemborg. In september is de evaluatie van het Ondernemersfonds in de gemeenteraad besproken, heeft er een debat plaatsgevonden en op 15 oktober gaat de raad besluiten of het Ondernemersfonds wordt voortgezet of niet.

Het Ondernemersfonds wordt gevuld door een extra opslag op de normale OZB-heffing voor niet-woningen. Is dit nu “eigen” geld van ondernemers, zoals de voorzitter van het Ondernemersfonds stelde? Of is het gemeenschapsgeld? En wat betekent dat voor de verantwoordelijkheid van de gemeenteraad?

De extra OZB-opbrengst verstrekt de gemeente in de vorm van subsidie aan het Ondernemersfonds en moet daarom aan een aantal regels voldoen. Daarnaast heeft de gemeenteraad vastgesteld binnen welke kaders het Ondernemersfonds dit geld mag besteden: “het collectief belang van ondernemers en inwoners en stimulering van een aantrekkelijk ondernemersklimaat”.

Maar ook eigenaren van schuren, sportverenigingen, muziekverenigingen, maatschappelijke organisaties zoals verzorgingshuizen, de welzijnsorganisatie en ook bijvoorbeeld tandartsen en psychologen dragen bij aan het Ondernemersfonds. Velen van hen zijn zich daar niet van bewust. Een van de aanbevelingen in het evaluatierapport is dan ook om te benadrukken en te stimuleren dat aanvragen niet alleen door ‘echte’ ondernemers kunnen worden ingediend maar ook door deze meebetalers.

‘Gemeenschapsgeld’ is niet meer en niet minder het geld dat bedrijven en burgers betalen aan de overheid. Ook als dat geld wordt opgebracht door slechts een deel van de bevolking, in dit geval de eigenaren en gebruikers van niet-woningen. De OZB-opbrengst in het fonds bedraagt meer dan drie ton per jaar. Vanzelfsprekend moet dat op een verantwoorde en transparante wijze uitgegeven worden.

Vanwege de grootte van het bedrag, het doel, de betalers en de subsidievoorwaarden is dat geld niet simpelweg “van ondernemers – voor ondernemers”. De gemeenteraad kan daarom altijd aangesproken worden op de besteding van dit gemeenschapsgeld. Mede daarom is het wenselijk het Ondernemersfonds periodiek te evalueren.

 

Evenementen

EvenementenbeleidDe deelnemers aan de Avondvierdaagse zullen raar opkijken als ze horen dat hun evenement wordt beschouwd als een puur economische activiteit. En hoe zou LekArt daarover denken? Ook Monumentendag en zelfs de Open Dag van Politie en Brandweer is volgens SP, ChristenUnie en een aantal VVD-raadsleden allemaal ‘economie’.

Afgelopen donderdag werd in de Culemborgse gemeenteraad een motie in stemming gebracht waarin het college werd opgedragen het budget voor het organiseren van evenementen onderdeel uit te laten maken van het hoofdstuk ‘economie’ in de begroting. Aanleiding lijkt de rondgang van drie evenementenbesturen (Culemborg Blues, Culemborg en Oranje en Culemborg Bijvoorbeeld) aan alle fracties. Deze besturen zeggen zichzelf niet als cultuuraanbieders te beschouwen en willen in de gemeentelijke financiële administratie daarom niet meer onder ‘cultuur’ vallen. Naar wat de dieperliggende oorzaak is van dit plotselinge boekhoudkundige verlangen kan ik alleen maar gissen, maar financieel maakt het voor ‘de’ evenementen helemaal niks uit.

Kwalijk is dat een niet representatieve lobby van drie voldoende is om raadsleden in de pen te doen klimmen om een motie op te stellen. Naar mijn smaak is dit eerder (selectieve) belangenbehartiging dan volksvertegenwoordigend handelen in het algemeen belang. Gelukkig kreeg de motie geen meerderheid. Tot zover de gang van zaken.

Blijkbaar bestaan er misverstanden over wat een evenement precies is. Culemborg heeft een Evenementenbeleid. Wie de moeite neemt dat te lezen ziet dat het begrip ‘evenement’ slechts iets zegt over de grootschaligheid van een activiteit en de impact die die activiteit heeft op de woon- en leefomgeving. Daarom heeft de gemeente bij evenementen extra taken op het terrein van (verkeers)veiligheid bijvoorbeeld. Het ene evenement heeft op de stad meer impact dan het andere: voor een buurtbarbecue is die impact minder dan voor een braderie en de Avondvierdaagse is minder belastend dan de Kermis of Koningsdag. Evenementen zijn daarom ingedeeld in categorieën. Als je onder categorie A valt dan ben je geen A-evenement in dezelfde kwalitatieve betekenis als ‘A-locatie’ in een binnenstad, maar betekent dat gewoon dat het evenement zwaar belastend is voor de leefbaarheid.

Wat Culemborg, met het oog op promotie van de stad, de toekomst van de binnenstad en aantrekkelijkheid voor de eigen inwoners nodig heeft is een goed doordacht evenementenbeleid. Het huidige beleid gaat over voorwaarden en voorschriften en regelt alleen de praktische zaken. Prima. Maar we hebben ook inhoudelijk beleid nodig. Zulk beleid geeft antwoord op vragen als: Welke evenementen passen bij de Culemborgse doelen op het gebied van sport, cultuur, economie, onderwijs en duurzaamheid? Wat is de positie van de ‘gevestigde’ evenementen? Welke nieuwe initiatieven krijgen een kans? Hoe verdelen we het beschikbare geld?. Inspirerend voorbeeld vind ikzelf de Nota evenementen en festivals in Utrecht.

Het college beloofde afgelopen donderdag aan het werk te gaan en te gaan praten met organisaties en inwoners om in 2016 aan de raad een breed gedragen inhoudelijk evenementenbeleid voor te kunnen leggen. Zo, zorgvuldig voorbereid, horen die dingen te gaan.

Het Cultuurfonds komt eraan

Hoe sterk is het culturele leven in Culemborg? Is dat in staat om te overleven na een pijnlijke bezuinigingsronde, vier verschillende wethouders in anderhalf jaar, nieuwe vormen van burgerparticipatie en een ingewikkeld financieel experiment?

Jazeker. Het leeuwendeel van kunst en cultuur is immers volkomen onafhankelijk van het gemeentebestuur en dopt zijn eigen boontjes. Over het evidente belang van een sterke cultuursector voor economie, educatie, toerisme en het welbevinden van Culemborgers gaat deze column niet. Wel over het langverwachte Cultuurfonds waar de gemeenteraad in de volgende vergadering eindelijk een besluit over gaat nemen.

Daar ging een en ander aan vooraf. In 2013 besloot de raad dat er nieuw cultuurbeleid geformuleerd moest worden waar inwoners en organisaties bij betrokken zouden zijn. Er zou ook een Cultuurfonds opgericht worden.

Bij het Stadsgesprek Kunst en Cultuur vorig jaar, bediscussieerden deelnemers de toekomst van cultuur in onze stad. Iedereen was welkom, maar 500 willekeurige Culemborgers ontvingen per post een persoonlijke uitnodiging en op Lek en Linge werden tafelgesprekken georganiseerd. Zo kwam de nieuwe Visie Kunst en Cultuur tot stand.

In aanloop naar de oprichting van het Cultuurfonds wreekte zich de wisseling van bestuurders. De kersverse GroenLinks-wethouder werd op de avond van zijn installatie geconfronteerd met verwarring. In de maanden erna bleek het op poten zetten van het fonds niet ‘eventjes’ geregeld te kunnen worden. Enkele Culemborgers, die hadden gehoopt aanspraak te kunnen maken op dit nieuwe budget, waren teleurgesteld. Zij moesten hun plannen aanpassen aan andere subsidiepotten. Het plan is nu trouwens om het geld dat dit jaar niet is uitgegeven door te schuiven naar 2016.

Het is traag op gang gekomen, maar eenmaal over het dode punt heen en in beweging, kan het Cultuurfonds het niet te stuiten financiële vliegwiel worden voor het culturele en kunstzinnige leven in Culemborg.

Column Raadspraat in Culemborgse Courant 3 juni 2015